Boers Advocaten
hoek

Roekeloos handelen in kader arbeidsongeschiktheidspolis

Eiser is medevennoot van een bloemenkwekerij en heeft zich met ingang van 1 november 2008 verzekerd tegen het risico van arbeidsongeschiktheid door middel van een TAF zelfstandigenplan-verzekering.

Op 4 januari 2014 is eiser arbeidsongeschikt geraakt tijdens het uitvoeren van zijn werkzaamheden in de bloemenkwekerij, doordat zijn hand bij het versnipperen van takken met een houtversnipperaar ernstig gewond is geraakt.

Eiser heeft zijn arbeidsongeschiktheid als gevolg daarvan gemeld bij TAF en een beroep gedaan op voormelde verzekering. TAF heeft de claim van eiser afgewezen met een beroep op artikel 11.1 aanhef en sub i van de toepasselijke polisvoorwaarden.

Dat artikel luidt:

“11.1 Voor deze verzekering geldt dat er geen recht op uitkering bestaat:(…)
i. Indien de arbeidsongeschiktheid (mede) het gevolg is van een gebeurtenis die aan opzet of grove schuld of roekeloosheid van de verzekeringnemer of de verzekerde of aan opzet of grove schuld of roekeloosheid van een bij de uitkering belanghebbende kan worden toegerekend. …”

Met voornoemd artikel heeft TAF conform artikel 7:952 van het Burgerlijk Wetboek roekeloos handelen van eiser van dekking willen uitsluiten.

Voor de vraag of er in dit geval sprake is van roekeloosheid, dient dan ook te worden aangesloten bij de uitleg die in de rechtspraak aan dit artikel wordt gegeven. In de parlementaire geschiedenis bij dit artikel komt naar voren dat het moet gaan om ‘een in laakbaarheid aan opzet grenzende vorm van schuld’. Voor het antwoord op de vraag of er sprake is van roekeloosheid zijn alle omstandigheden van het geval en met name de toedracht van het ongeval van belang.

Eiser heeft daaromtrent verklaard dat voorafgaand aan het ongeval een ophoping van afvalmateriaal ontstond bij de uitgang van de machine welke hij wilde “weg slaan” en hij daarbij dichter bij het mechanisme kwam dan zijn bedoeling was. Ter comparitie is nader toegelicht dat sprake was van een inschattingsfout voor wat betreft de afstand tot het mechanisme, waarbij wellicht de nieuwe bril, die eiser kort voordat het ongeval plaats vond kreeg en waar hij (kennelijk) nog aan moest wennen, een rol heeft gespeeld.

De rechtbank is van oordeel dat weliswaar sprake is van zeer onverstandig handelen van eiser, maar dat zijn gedraging niet als een ‘in laakbaarheid aan opzet grenzende vorm van schuld’ heeft te gelden. Eiser heeft simpelweg een ernstige inschattingsfout gemaakt. Dat hij er zich van bewust (moet) zijn geweest dat het inherent gevaarlijk is om zijn hand dicht bij de draaiende messen van de machine te brengen, doet daar niet aan af. De rechtbank oordeelt dan ook dat eiser niet roekeloos heeft gehandeld in de zin van de polisvoorwaarden.

Deze uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van 20 januari 2016 geeft aan dat arbeidsongeschiktheidsverzekeraars soms al te vlot een vergoeding op basis van de polisvoorwaarden afwijzen en het de moeite kan lonen om hiertegen in verweer te komen.

Indien u hierover nadere informatie wenst kunt u contact opnemen met mr. Eugénie Ponjee-Scheurwater (0318 - 50 90 89, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)

 

Boers Advocaten bij Twitter
Boers Advocaten bij LinkedIn
Boers Advocaten bij Facebook
Schrijf ons een bericht.

Boers Advocaten gebruikt cookies om u een optimale gebruikerservaring te bieden.Niet akkoord? Klik hier voor meer informatie.