Publicaties Boers Advocaten
hoek

Schenking/erfenis verkregen onder uitsluitingsclausule: maak in het kader van een mogelijke echtscheiding duidelijke afspraken en financiële overzichten

Het Hof Den Haag besliste in oktober 2017 dat een man bij echtscheiding recht had op vergoeding van het tijdens het huwelijk geërfde geld met een testamentaire uitsluitingsclausule, dat was opgemaakt.

Dit geld was tijdens het huwelijk overgemaakt naar een en/of rekening van partijen. De vrouw had gesteld dat het geld was opgemaakt en dat de man daardoor geen recht had op dit bedrag vanuit de huwelijksgemeenschap. Het Hof besliste dat wanneer het geld is uitgegeven voor consumptieve uitgaven de man dit geld kan terugkrijgen. Met name als de huwelijksgemeenschap voldoende vermogen bevat, waaruit deze vordering kan worden voldaan. Deze beslissing is in veel uitspraken van lagere rechters te vinden.

Het Hof Den Bosch heeft daarna twee keer anders beslist. Het geschonken geld met uitsluitingsclausule was in de eerste zaak op de bankrekening van partijen terechtgekomen, en was op de peildatum niet meer aanwezig. Niet was duidelijk aan welke uitgaven het was besteed dan wel dat partijen over de besteding afspraken hadden gemaakt. In deze situatie besliste het Hof dat de met uitsluiting ontvangen gelden waren opgemaakt aan bestedingen die geen aanleiding geven tot een vergoedingsrecht. Aangenomen werd dat de schenkingen waren besteed om te voldoen aan de verplichting om bij te dragen in de kosten van de huishouding (art. 1:84 BW), een verplichting in de relationele solidariteit in de verhouding tussen echtgenoten uit art. 1:81 BW (dat bepaalt dat echtgenoten verplicht zijn elkaar het nodige te verschaffen). Niet gebleken was dat de vrouw méér had bijgedragen aan de huishouding dan waartoe zij op grond van de wet gehouden was. De vrouw had geen onderbouwd financieel overzicht gemaakt dat inzicht gaf wie van partijen welke kosten van de huishouding voor zijn rekening zou hebben genomen. Gezien het ontbreken van dit overzicht was er geen plaats voor een vergoedingsrecht voor de vrouw.

Een week later oordeelde het Hof Den Bosch weer dat er geen recht op vergoeding was voor de met uitsluitingsclausule verkregen erfenis. De man stelde dat de met uitsluiting verkregen erfenis was besteed aan het creëren van een extra slaapkamer in de woning van partijen. De man stelde dat dit een gezamenlijke beslissing van partijen was geweest. De vrouw erkent dat de erfenis voor een deel hiervan was besteed (zij had hierin geen zeggenschap), doch zij stelde ook dat een deel van de erfenis aan de motorcross, de hobby van de man, was opgegaan. Omdat de erfenis op de peildatum niet meer aanwezig was, en niet was gebleken dat partijen over de besteding afspraken hadden gemaakt, oordeelde het Hof dat deze erfenis was opgemaakt aan bestedingen die geen aanleiding geven tot een vergoeding. Voor zover de erfenis is uitgegeven aan de persoonlijke hobby van de man, is van een vergoedingsrecht ook geen sprake. De kosten van de aanpassing van de woning waren kosten van de huishouding (art. 1:84 BW). De overwegingen van de eerdere uitspraak werden hier herhaald.

Hof Den Haag 11 oktober 2017, nrs 200.203.838/01 en 200.203.839/0

Hof ’s-Hertogenbosch 7 november 2017, nr 200.200.019/01

Hof ’s-Hertogenbosch 14 november 2017, nr 200.198.627/01

Neem voor meer informatie contact op met mr. Carien Snouckaert van Boers Advocaten in Veenendaal! Per e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.; telefonisch: 0318-522404.

 

Boers Advocaten bij Twitter
Boers Advocaten bij LinkedIn
Boers Advocaten bij Facebook
Schrijf ons een bericht.