Blog en nieuwste meldingen van Boers Advocaten
hoek

Verhuurder roept bankgarantie in, in verband met leegstandsschade na faillissement huurder

De Hoge Raad heeft op 17 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:278) een belangrijke uitspraak gewezen waarin de gevolgen van een opzegging ex artikel 39 Fw, de leegstandsschade en bankgarantie/regres nader worden ingevuld.

Huurder failleert. De curator zegt de huur ex artikel 39 Fw op. De verhuurder heeft een concurrente faillissementsvordering met betrekking tot de eerste twee dagen van juli 2009 van € 4.969,57 en een boedelvordering (drie maanden huur) van € 313.083,- (inclusief BTW). Verhuurder maakt daarnaast ook aanspraak op de leegstandsschade, roept de bankgarantie in en incasseert € 881.832,80. De bank verrekent dat bedrag met het creditsaldo van de bankrekening van failliet.

Het gerechtshof besliste dat het inroepen van de bankgarantie door de verhuurder wegens leegstandsschade in strijd was met de strekking van artikel 39 Fw; dat verhuurder ongerechtvaardigd was verrijkt.

De Hoge Raad denkt daar anders over.

De Hoge Raad komt onder verwijzing naar HR 24 januari 2011 NJ 2011/114 (Aukema/Uni-Invest) en HR 15 november 2013 NJ 2014/68 (Romania Beheer), tot het volgende.

Artikel 39 Fw heeft betrekking op de verhouding tussen verhuurder en de failliete boedel, maar strekt niet mede ter bescherming van het belang van de gefailleerde huurder.

Derhalve is het beding waarbij huurder zich heeft verplicht tot vergoeding van de schade die de verhuurder lijdt door een voortijdig einde van de huurovereenkomst als gevolg van het faillissement van de huurder, niet nietig jegens de gefailleerde huurder zelf. Indien een huurovereenkomst ex artikel 39 Fw wordt opgezegd, heeft dit beding echter geen effect jegens de failliete boedel.

Als een derde (in dit geval de bank) nakoming van de leegstandschade heeft gegarandeerd, brengt het faillissement van de huurder door de opzegging van de huurovereenkomst ex artikel 39 Fw, geen verandering in de verplichtingen uit die garantie. Derhalve is de verhuurder bevoegd om die garantie in te roepen.

De regresvordering van de garant op de failliete huurder kan echter niet worden uitgeoefend jegens de failliete boedel. Daarbij maakt het niet uit op welke wijze verhaal op de boedel wordt gezocht. Indien de garantievoorwaarden dat toestaan kan de garant hieraan eventueel wel een verweermiddel jegens de verhuurder ontlenen.

In deze zaak staat vast dat de verhuurder was gerechtigd de leegstandsschade onder de bankgarantie te claimen. De curator heeft zich niet verzet tegen het feit dat de bank verhaal heeft genomen op de boedel van de failliete huurder. Echter dat brengt niet mee dat verhuurder daardoor ongerechtvaardigd is verrijkt ten laste van de boedel. Immers het verhaal van de verhuurder op de bankgarantie werd niet ongerechtvaardigd doordat de bank verhaal nam op de boedel en de curator dit niet verhinderde.

Daarop vernietigt de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar een ander gerechtshof.

 

Indien u hierover nadere informatie wenst kunt u contact opnemen met mr. Louis de Boef MRICS (0318 - 52 24 04, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.).

Boers Advocaten bij Twitter
Boers Advocaten bij LinkedIn
Boers Advocaten bij Facebook
Schrijf ons een bericht.