Blog en nieuwste meldingen van Boers Advocaten
hoek

Duidelijke bewoordingen in vaststellingsovereenkomst en pandakte?

Verhuurder en huurder hebben een geschil. Verhuurder vordert huurpenningen. Huurder stelt dat er sprake is van gebreken. 

Verhuurder oefent een (onrechtmatig) retentierecht uit door de sloten van het gehuurde te vervangen. Huurder dagvaardt verhuurder tot ongehinderde toegang tot het gehuurde. Ter zitting is een vaststellingsovereenkomst gesloten. Een onderdeel daarvan is dat huurder aan verhuurder een bedrag van € 55.000,- verschuldigd is, welk bedrag in drie termijnen moet worden betaald. Ter verzekering daarvan moeten door huurder nog pandrechten worden verstrekt aan verhuurder. Dit zou op een later moment plaatsvinden. En hier gaat het fout. 

Uit de tekst van de pandakte blijkt dat de verpanding niet enkel strekt tot zekerheid voor de betaling van de € 55.000,- maar dat die ziet op alle verplichtingen die voortvloeien uit de huurovereenkomst. Deze is dus ruim geformuleerd. 

Gezien het feit dat naast de betaling van € 55.000,- er ook andere vorderingen zijn die niet in die vaststellingsovereenkomst zijn geregeld, ontstaat er een discussie wat nu de status is van de regeling in de pandakte. Ziet die slechts op de vaststellingsovereenkomst (derhalve 
€ 55.000,-) of heeft deze een veel ruimere strekking gekregen, ondanks de tekst in de vaststellingsovereenkomst.

Hoe moet dit worden uitgelegd? 

In deze grijpt de rechter terug naar de “Haviltex-norm”, te weten de verhouding tussen partijen wordt niet alleen beantwoord aan de hand van de taalkundige uitleg van de bepaling in het contract maar ook aan de hand van de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij ten aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Een rol daarbij speelt de maatschappelijke kringen waarin zij zich bewegen en hun rechtskennis. 

De kortgedingrechter komt tot de conclusie dat de pandakte terecht op een ruimer aantal vorderingen ziet dan de vaststellingsovereenkomst.

Met andere woorden. Een letterlijke tekst, en zeker als teksten niet op elkaar aansluiten, is nooit alleen maatgevend. Deze dient altijd te worden geplaatst in zijn context: de bedoelingen van de partijen. 

Zie Rechtbank Noord-Nederland, 23 februari 2016 ECLI:NL:RBNNE:2016:1059. 

Indien u hierover nadere informatie wenst kunt u contact opnemen met mr. Louis de Boef (0318-522404, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Boers Advocaten bij Twitter
Boers Advocaten bij LinkedIn
Boers Advocaten bij Facebook
Schrijf ons een bericht.