Blog en nieuwste meldingen van Boers Advocaten
hoek

Bodemverhuurconstructie, het gerechtshof staat toe dat de bank na datum faillissement verschuldigde huur mag verrekenen met haar vordering.

Een kwekerij verkeert in betalingsproblemen. De bank zegt de financiering op. Ter verzekering van haar rechten als pandhouder en vooral teneinde te voorkomen dat de fiscus gebruik maakt van haar bodem(voor)recht past de bank een bodemverhuurconstructie toe. Met andere woorden, de bank gaat huren van de kwekerij.

De minimumtermijn bedraagt drie maanden. Daarna kan over en weer met inachtneming van een termijn van één maand de huur worden opgezegd. Kort na het sluiten van de huurovereenkomst failleert de kwekerij.

Daarop wordt, zoals dat heet, de kwekerij leeg geteeld. In het licht van de gemaakte afspraken ontving de curator een boedelbijdrage van uiteindelijk bij elkaar € 70.000,-.

De bank bleef maandenlang huurder. De curator vordert betaling van de huurpenningen. De bank beroept zich daarop op verrekening met de bestaande schuld uit hoofde van de financiering. De curator betwist dit onder verwijzing naar het arrest Tiethoff q.q./NMB (ECLI:NL:HR:1989:AD0995). Dat arrest komt kort gezegd op het volgende neer:

Hoewel strikt genomen aan de letter van artikel 53 Fw is voldaan, kan in dit geval de bank geen beroep doen op verrekening als de curator ondanks het faillissement gehouden is de prestatie te blijven verrichten en de wederpartij compensatie verlangt met een vordering die met deze overeenkomst geen verband houdt. Hierdoor zou immers de paritas worden doorbroken, aldus de Hoge Raad.

Anders dan de kantonrechter is het gerechtshof van mening dat de uitzondering van Tiethoff q.q./NMB niet opgaat omdat de huurovereenkomst slechts het doel had om de rechten van de bank als pandhouder te bewaren te verzekeren. Zonder die kredietrelatie was die huurovereenkomst nimmer gesloten, er is dus wel een verband. Bovendien had conform de overeenkomst de curator anders dan in de zaak Tiethoff q.q./NMB de mogelijkheid om de huurovereenkomst na ommekomst van de eerste drie maanden, op te zeggen met een opzegtermijn van één maand. De curator hoefde dus niet te blijven presteren. Van de mogelijkheid tot opzegging heeft hij geen gebruik gemaakt. Om die reden is het gerechtshof van mening dat de bank in deze de na datum faillissement verschuldigde huurpenningen kan verrekenen met haar vordering op de failliet.

Indien u hierover nadere informatie wenst kunt u contact opnemen met mr. Louis de Boef MRICS (0318-52 24 04, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.).

 

Boers Advocaten bij Twitter
Boers Advocaten bij LinkedIn
Boers Advocaten bij Facebook
Schrijf ons een bericht.