Blog en nieuwste meldingen van Boers Advocaten
hoek

Gehuwd op huwelijkse voorwaarden, maar toch gezamenlijk een lening aangaan?

In de praktijk komt het vaker voor dat partijen op huwelijkse voorwaarden gehuwd zijn en toch gezamenlijk een lening aan willen gaan. Wat gebeurt er met de draagplicht van de (afgeloste) lening bij echtscheiding?

De uitspraak van het Gerechtshof heeft uitgewezen dat het erg belangrijk is om onderling aanvullende afspraken te maken met betrekking tot de draagplicht van een gezamenlijke lening.

In deze zaak gaat het om een echtpaar, gehuwd op huwelijkse voorwaarden inhoudende onder meer koude uitsluiting. In deze huwelijkse voorwaarden is onder andere het volgende opgenomen:

Artikel 5.

1. De echtgenoten zijn, voor zover niet anders bepaald, verplicht aan elkaar te vergoeden hetgeen aan het vermogen van de ene echtgenoot is onttrokken ten bate van de andere echtgenoot, ten bedrage van of naar de waarde ten dage van de onttrekking. Deze vergoedingen zijn terstond opeisbaar en niet vatbaar voor verjaring of verval.

Gedurende het huwelijk zijn partijen gezamenlijk een schuld aangegaan voor een bedrag ad € 60.000,00 ten behoeve van de woning (eigendom van de man). Bij verkoop van die woning is de volledige lening afgelost. Dit betekent dat de man de gezamenlijke schuld ad € 60.000,00 heeft afgelost met zijn eigen vermogen.

Op 13 mei 2015 heeft de vrouw een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de Rechtbank Oost-Brabant. In het kader van deze procedure is door de man (onder andere) betaling geëist door de vrouw van de helft van de lening, te weten € 30.000,00.

De vrouw stelt dat zij niet heeft geprofiteerd van het krediet. Het krediet is aan de man betaald en in zijn woning geïnvesteerd. De vrouw acht het daarom niet redelijk dat zij de helft van deze kosten zou moeten vergoeden.

De hoofdregel met betrekking tot de draagplicht is dat de schuldenaren beide voor gelijke delen in de schuld moeten bijdragen. Op deze hoofdregel bestaan uitzonderingen. Het Gerechtshof neemt in zijn oordeel mee dat de grootte van de draagplicht van partijen mede afhankelijk is van wat zij hierover hebben afgesproken. Daarnaast kan van belang zijn of er sprake is van ongerechtvaardigde verrijking (de ene partij wordt verrijkt (behaald een voordeel) ten koste van een ander en hiervoor geen grond bestaat in de wet of in een overeenkomst, op basis van de wet ontstaat dan een plicht om schadevergoeding te betalen).

Door de vrouw is niet gesteld dat partijen hier nadere afspraken over hebben gemaakt. Dat de lening (voor zover juist) slechts aan de man ten goede is gekomen, betekent niet dat de man (volledig of grotendeels) voor deze schuld draagplichtig is.

Bovendien waren partijen ten tijde van het aangaan van de schuld gehuwd. Echtgenoten zijn verplicht elkaar al het nodige te verschaffen. Dat er in deze situatie geen sprake was van “elkaar het nodige verschaffen”, heeft de vrouw niet gesteld en is ook niet gebleken.

Het Gerechtshof oordeelt dat beide partijen voor gelijke delen draagplichtig zijn. De vrouw moet een vergoeding van € 30.000,00 aan de man betalen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Boers Advocaten bij Twitter
Boers Advocaten bij LinkedIn
Boers Advocaten bij Facebook
Schrijf ons een bericht.