Blog en nieuwste meldingen van Boers Advocaten
hoek

Behoefte aan partneralimentatie: Uitspraak van 7 juli 2017

De Hoge Raad heeft op 7 juli 2017 beslist dat kindgebonden budget een overheidsbijdrage is van aanvullende aard, waarvan het karakter meebrengt dat die bijdrage buiten beschouwing moet worden gelaten bij het vaststellen van de behoefte van de alimentatiegerechtigde aan een uitkering tot levensonderhoud op de voet van art. 1:157 BW!

Op 9 oktober 2015 heeft de Hoge Raad beslist dat het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop niet in aanmerking worden genomen bij de bepaling van de behoefte van het kind, maar bij de berekening van de draagkracht van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt. Daarbij heeft de Hoge Raad overwogen dat het bestaan van deze regelingen onverlet laat dat het aan de ouders is om in de behoefte van hun kind te voorzien en dat de overheidsondersteuning erop is gericht de verzorgende (alleenstaande) ouder met het oog daarop inkomensondersteuning te bieden.

Uit het Rapport van de Expertgroep Alimentatienormen 2016 en 2017 volgt dat bij de vaststelling van kinderalimentatie rekening wordt gehouden met kindgebonden budget bij de draagkrachtvergelijking voor de berekening van het aandeel van ieder van de ouders in de kosten van hun kinderen als onderdeel van het netto besteedbaar inkomen van de ouder die het ontvangt.

Voor de beantwoording van de vraag of kindgebonden budget de behoefte aan partneralimentatie vermindert, voor zover dat budget meer bedraagt dan het aandeel van de alimentatiegerechtigde in de kosten van kinderen, is het volgende van belang. Het kindgebonden budget is een inkomensafhankelijke regeling. Dit heeft tot gevolg dat, naarmate de alimentatiegerechtigde meer partneralimentatie ontvangt, de aanspraak op kindgebonden budget afneemt. Indien het kindgebonden budget bij de alimentatiegerechtigde als inkomen in aanmerking zou worden genomen, zou dat tot gevolg hebben dat de behoefte aan partneralimentatie afneemt, wat met dit subsidiaire karakter in strijd is.

Het kindgebonden budget strekt ertoe gezinnen met lagere inkomens een bijdrage te verstrekken in de kosten van de tot het gezin behorende kinderen. Daarmee verdraagt zich niet dat (een gedeelte van) het kindgebonden budget zou moeten worden aangewend om in de eigen kosten van de alimentatiegerechtigde te voorzien. Overigens verdraagt zich daarmee evenmin dat de alimentatieplichtige die tevens de verzorgende ouder is, door hem of haar ontvangen kindgebonden budget zou moeten aanwenden om partneralimentatie te betalen. In zoverre onderscheidt het kindgebonden budget zich van bijvoorbeeld huurtoeslag: anders dan kindgebonden budget, dient huurtoeslag ertoe de kosten van de alimentatieplichtige zelf te dekken.

Het voorgaande wordt niet anders ingeval de hoogte van het kindgebonden budget het aandeel van de alimentatiegerechtigde in de kosten van de kinderen overtreft (en die kosten voor het overige door de andere ouder worden gedragen). Waar het kindgebonden budget ertoe strekt bij te dragen in de kosten van kinderen en, in voorkomend geval, het inkomen van de alleenstaande ouder met het oog op die kosten te ondersteunen, dient de bijdrage ook geheel voor dat doel te worden aangewen. Dat is ook daarom gerechtvaardigd, omdat zowel de kosten van kinderen, als het aandeel van ouders daarin (het laatste op basis van het netto gezinsinkomen ten tijde van het uiteengaan van de ouders) forfaitair worden vastgesteld en de werkelijke kosten hoger kunnen zijn.

Het kindgebonden budget dient overigens wel als inkomen aan de zijde van de alimentatiegerechtigde in aanmerking te worden genomen bij de zogenaamde ‘jusvergelijking’. Daarbij wordt getoetst of de alimentatiegerechtigde bij het in eerste instantie berekende bedrag aan partneralimentatie meer ‘jus’ (vrij besteedbare ruimte) overhoudt dan de alimentatieplichtige. Indien dit het geval is, wordt de partneralimentatie zodanig naar beneden bijgesteld dat alimentatieplichtige en alimentatiegerechtigde dezelfde vrije ruimte overhouden. Ingeval zodanige neerwaartse correctie het gevolg is van het bij de vergelijking in aanmerking nemen van het kindgebonden budget, komt het kindgebonden budget in zoverre evenwel alsnog, in strijd met de strekking ervan, ten goede aan de alimentatieplichtige.

Voor meer informatie over deze uitspraak en partneralimentatie: mr. Carien Snouckaert van Schauburg-Buchwaldt. E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., telefoonnummer: 0318 - 52 24 04

Boers Advocaten bij Twitter
Boers Advocaten bij LinkedIn
Boers Advocaten bij Facebook
Schrijf ons een bericht.