Blog en nieuwste meldingen van Boers Advocaten
hoek

Werkzaamheden (laten) verrichten voor ingangsdatum arbeidsovereenkomst? Let dan op!

In deze zaak gaat het om een werknemer die reeds voor het ingaan van zijn arbeidsovereenkomst enkele werkzaamheden ter kennismaking voor de nieuwe werkgever verricht. Voor het einde van de schriftelijk overeengekomen proeftijd wordt de werknemer ontslagen.

Hierop dient de werknemer zijn reeds opgebouwde vakantiedagen, gewerkte uren van juni en juli in alsmede de reiskosten van juni en juli, waarna de werkgever tot uitbetaling daarvan overgaat.

Nadat de uitbetaling heeft plaatsgevonden heeft de werknemer bezwaar gemaakt tegen de beëindiging van het dienstverband per 31 juli. Door de werknemer wordt gesteld dat de proeftijd reeds eerder is ingegaan nu hij op 17 juni al werkzaamheden voor het bedrijf heeft verricht en het gegeven ontslag daarmee buiten de proeftijd is gegeven. Hiermee wordt een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van de beëindiging, althans de nietigheid daarvan ingeroepen. De werknemer stelt zich eveneens beschikbaar voor het verrichten van zijn eigen werkzaamheden.

De werkgever betwist de door de werknemer gestelde ingangsdatum en beschouwt het dienstverband onveranderd als beëindigd en zal niet aan het verzoek om het ontslag in te trekken voldoen.

De kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland wijst het verzoek van de werknemer om opnieuw tewerk gesteld te worden af.

In het hoger beroep stelt het Hof vast dat uit de arbeidsovereenkomst volgt dat het de intentie van partijen was om de werknemer na een inwerkperiode in de functie van Sales medewerker aan te stellen in de functie van Director Sales en lid van de Board of Directors. Uit de aard van deze intentie en de aard van beide functies volgt dat de verrichte werkzaamheden tot de bedongen arbeid van de werknemer behoorden. Daarnaast heeft de werkgever de betreffende dagen in juni beloond.

Het Hof oordeelt dat het verrichten van de bedongen arbeid en het voldoen van loon als bedoeld in artikel 7:610 BW, met zich meebrengt dat de werknemer uiterlijk op 25 juni is begonnen met de feitelijke werkzaamheden in het kader van de bedongen arbeid zodat de proeftijd uiterlijk is verstreken op 25 juli. De opzegging is aldus buiten de proeftijd geschied. De opzegging met onmiddellijke ingang (artikel 7:667 lid 4 BW (oud)) van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijds opzegbeding ( artikel 7:667 BW (oud)) is onregelmatig. De werknemer heeft dan ook op grond van artikel 7:667 lid 4 BW (oud) recht op loondoorbetaling gedurende de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben als deze van rechtswege zou zijn geëindigd. De werkgever is gehouden ruim € 60.000,- aan de werknemer te betalen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Wilt u meer informatie over arbeidsrecht? Neem dan contact met ons op.

Telefoonnummer 0318 - 52 24 04

E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

Boers Advocaten bij Twitter
Boers Advocaten bij LinkedIn
Boers Advocaten bij Facebook
Schrijf ons een bericht.