Blog en nieuwste meldingen van Boers Advocaten
hoek

Proceskostenveroordeling bij intrekking kort geding

Is een proceskostenveroordeling mogelijk na intrekking van een kort geding in eerste aanleg? Over deze vraag heeft de Hoge Raad zich onlangs uitgelaten. Dit naar aanleiding van prejudiciële vragen die door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag zijn voorgelegd.

In de betreffende kwestie was een partij in kort geding gedagvaard. Nog voor de dag waarop de mondelinge behandeling door de voorzieningenrechter was bepaald, werd het kort geding door de eisende partij ingetrokken. Daarop heeft de gedaagde partij tegenover de eisende partij aanspraak gemaakt op vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten. De gedaagde partij weigerde echter deze kosten te voldoen.

De voorzieningenrechter heeft vervolgens beide partijen laten weten hierover prejudiciële vragen te willen stellen aan de Hoge Raad. Beide partijen hebben zich mogen uitlaten over de inhoud van de vragen, waarna deze door de voorzieningenrechter aan de Hoge Raad zijn voorgelegd. Omdat partijen inmiddels een schikking hadden bereikt, hebben zij de Hoge Raad laten weten beantwoording van de vragen niet langer nodig te achten. Evenwel heeft de voorzieningenrechter de Hoge Raad verzocht hiertoe toch over te gaan, omdat het hier een kwestie betreft die vaker voorkomt.

De Hoge Raad stelt voorop dat het kort geding een procedure betreft met een eigen karakter. Om deze reden wijken de procesregels op diverse punten af van de wettelijke regeling van de bodemprocedure. Zo geldt voor de bodemprocedure dat het geding aanhangig is vanaf de dag van dagvaarding en dat de dagvaarding voor inschrijving op de rol door de eisende partij kan worden ingetrokken. Volgens de Hoge Raad is dit bij het kort geding anders. De eisende partij dient voor het uitbrengen van de dagvaarding een aanvraag in te dienen bij de voorzieningenrechter, waarna dag en tijdstip voor de terechtzitting worden bepaald. Binnen twee dagen na dagbepaling moeten dag en tijdstip aan de gedaagde partij worden meegedeeld. Omdat de gedaagde partij vanaf dat moment al op de hoogte is van het voorgenomen kort geding en de inhoud van de dagvaarding, geldt dat het kort geding aanhangig is zodra voornoemde mededeling is gedaan, dan wel de dagvaarding is uitgebracht.

Verder komt de aanhangigheid van het kort geding in beginsel te vervallen nadat de eisende partij aan de gedaagde partij een mededeling heeft gedaan strekkende tot intrekking van de dagvaarding. Dit is echter niet het geval indien de gedaagde partij tijdig aan de eisende partij en de voorzieningenrechter mededeelt dat het geding doorgang dient te vinden omdat hij een beslissing van de voorzieningenrechter wil over de proceskosten. Indien de gedaagde partij deze mededeling niet al voor de aangezegde datum aan de eisende partij en de voorzieningenrechter doet, heeft hij daarvoor nog 14 dagen de tijd. De eisende partij dient dus, indien de behandeling van het kort geding niet op de hiervoor bepaalde datum plaatsvindt, uiterlijk 14 dagen daarna de voorzieningenrechter om een nieuwe datum te verzoeken waarop over de proceskosten zal worden beslist. Het is aan de voorzieningenrechter om hiervoor een mondelinge behandeling te bepalen, dan wel te bepalen dat partijen hun standpunten schriftelijk naar voren kunnen brengen. Als de voorzieningenrechter daartoe aanleiding ziet, of één van de partijen daartoe een gemotiveerd verzoek doet, kan hij daarna alsnog een mondelinge behandeling bepalen.

 

Voor nadere informatie hierover kunt u contact opnemen met mr. T.F. Quaars: 0318 - 52 24 04 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Boers Advocaten bij Twitter
Boers Advocaten bij LinkedIn
Boers Advocaten bij Facebook
Schrijf ons een bericht.